Artikel 81 – Samenwerking tussen FIE’s en het EOM

1.   Op grond van artikel 24 van Verordening (EU) 2017/1939 informeert elke FIE het EOM onverwijld over de resultaten van haar analyses en alle aanvullende nuttige informatie indien er redelijke vermoedens zijn dat witwassen en andere criminele activiteiten worden of zijn gepleegd ten aanzien waarvan het EOM overeenkomstig artikel 22 en artikel 25, leden 2 en 3, van die verordening zijn bevoegdheid zou kunnen uitoefenen.

Uiterlijk op 10 juli 2026 stelt de AMLA, in overleg met het EOM, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen op en legt deze ter goedkeuring voor aan de Commissie. In die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen wordt het formaat gespecificeerd dat moet worden gebruikt door FIE’s voor het rapporteren van informatie aan het EOM.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend de in de tweede alinea van dit lid genoemde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 53 van Verordening (EU) 2024/1620.

2.   FIE’s reageren tijdig op verzoeken om informatie van het EOM met betrekking tot witwassen en andere criminele activiteiten als bedoeld in lid 1.

3.   De FIE’s en het EOM kunnen de resultaten uitwisselen van strategische analyses, met inbegrip van typologieën en risico-indicatoren, indien dergelijke analyses betrekking hebben op witwassen en andere criminele activiteiten als bedoeld in lid 1.

Scroll naar boven