1. Meldingsplichtige entiteiten die voor het eerst activiteiten op het grondgebied van een andere lidstaat willen verrichten, stellen de toezichthouders van hun lidstaat van herkomst in kennis van de activiteiten die zij voornemens zijn in die andere lidstaat te verrichten. Die kennisgeving wordt ingediend zodra de meldingsplichtige entiteit stappen onderneemt om die activiteiten uit te voeren, en, in het geval van vestigingen, ten minste drie maanden vóór aanvang van die activiteiten. Meldingsplichtige entiteiten stellen de toezichthouders van hun lidstaat van herkomst onmiddellijk in kennis van het begin van die activiteiten in die andere lidstaat.
De eerste alinea is niet van toepassing op meldingsplichtige entiteiten die onderworpen zijn aan specifieke kennisgevingsprocedures voor de uitoefening van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten uit hoofde van andere rechtshandelingen van de Unie, noch op gevallen waarin de meldingsplichtige entiteit onderworpen is aan specifieke vergunningsvereisten om op het grondgebied van die andere lidstaat activiteiten te verrichten.
2. Alle geplande wijzigingen in de uit hoofde van lid 1 meegedeelde informatie worden door de meldingsplichtige entiteit uiterlijk één maand vóór de wijziging meegedeeld aan de toezichthouder van de lidstaat van herkomst.
3. Indien deze verordening de lidstaten toestaat aanvullende regels vast te stellen die van toepassing zijn op meldingsplichtige entiteiten, moeten de meldingsplichtige entiteiten de nationale regels van de lidstaat waar zij zijn gevestigd naleven.
4. Indien meldingsplichtige entiteiten vestigingen in verschillende lidstaten exploiteren, zorgen zij ervoor dat elke vestiging de regels toepast van de lidstaat waar die vestiging zich bevindt.
5. Indien meldingsplichtige entiteiten als bedoeld in artikel 38, lid 1, van Richtlijn (EU) 2024/1640 in andere lidstaten dan die waar zij zijn gevestigd activiteiten verrichten via agenten, distributeurs of via andere soorten infrastructuur in die andere lidstaten in het kader van het vrij verrichten van diensten, passen zij de regels toe van de lidstaten waar zij diensten verrichten met betrekking tot die activiteiten, tenzij artikel 38, lid 2, van die richtlijn van toepassing is, in welk geval zij de regels toepassen van de lidstaat waar hun hoofdkantoor is gevestigd.
6. Indien meldingsplichtige entiteiten op grond van artikel 41 van Richtlijn (EU) 2024/1640 verplicht zijn een centraal contactpunt aan te wijzen, waarborgen zij dat het centrale contactpunt in staat is er namens de meldingsplichtige entiteit voor te zorgen dat het toepasselijke recht wordt nageleefd.