1. De meldingsplichtige entiteiten bewaren de volgende documenten en informatie:
a) | een kopie van de documenten en informatie verkregen bij het verrichten van een cliëntenonderzoek op grond van hoofdstuk III, met inbegrip van informatie verkregen via elektronische identificatiemiddelen; |
b) | een register van de op grond van artikel 69, lid 2, uitgevoerde beoordeling, met inbegrip van de in aanmerking genomen informatie en omstandigheden en de resultaten van die beoordeling, ongeacht of die beoordeling al dan niet leidt tot een melding van verdachte transacties bij de FIE, en desgevallend een kopie van de melding over die verdachte transactie; |
c) | de bewijsstukken en registratiegegevens van transacties, zijnde de originele documenten of de kopieën die krachtens het nationale recht dezelfde bewijskracht hebben, die nodig zijn om transacties te identificeren; |
d) | indien zij deelnemen aan partnerschappen voor informatie-uitwisseling overeenkomstig hoofdstuk VI, kopieën van de documenten en informatie die in het kader daarvan zijn verkregen, en registers van alle gevallen van informatie-uitwisseling. |
De meldingsplichtige entiteiten zorgen ervoor dat de op grond van dit artikel bewaarde documenten, informatie en registers niet worden bewerkt.
2. In afwijking van lid 1 kunnen de meldingsplichtige entiteiten besluiten om in plaats van de kopieën van de informatie verwijzingen naar die informatie te bewaren, mits die informatie zo wordt bewaard dat ze onmiddellijk door meldingsplichtige entiteiten aan de bevoegde autoriteiten kan worden verstrekt en niet kan worden gewijzigd of veranderd.
De meldingsplichtige entiteiten die gebruikmaken van de in de eerste alinea genoemde afwijking, bepalen in hun op grond van artikel 9 opgestelde interne procedures voor welke categorieën informatie zij in plaats van een kopie of origineel een verwijzing zullen bewaren, alsmede via welke procedures de informatie moet worden opgevraagd zodat deze op verzoek aan de bevoegde autoriteiten kan worden verstrekt.
3. De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie wordt bewaard gedurende een periode van vijf jaar die ingaat op de datum van beëindiging van de zakelijke relatie of op de datum van de verrichting van de occasionele transactie, of op de datum van weigering om een zakelijke relatie aan te gaan of een occasionele transactie te verrichten. Onverminderd de bewaartermijn voor gegevens die zijn verzameld voor andere rechtshandelingen van de Unie of het nationale recht die in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2016/679, verwijderen de meldingsplichtige entiteiten de persoonsgegevens na het verstrijken van de periode van vijf jaar.
De bevoegde autoriteiten kunnen per geval verlangen dat de in de eerste alinea genoemde informatie langer wordt bewaard, mits die bewaring noodzakelijk is voor het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van witwassen of terrorismefinanciering. Die aanvullende bewaartermijn mag niet langer zijn dan vijf jaar.
4. Indien er op 10 juli 2027 een rechtsprocedure in verband met het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van vermoedelijke witwaspraktijken of terrorismefinanciering aanhangig is in een lidstaat, en een meldingsplichtige entiteit informatie of documenten in verband met die aanhangige procedure bezit, mag de meldingsplichtige entiteit die informatie of documenten bewaren gedurende een termijn van vijf jaar vanaf 10 juli 2027.
De lidstaten mogen, onverminderd de nationale strafrechtelijke bepalingen betreffende bewijsmateriaal die op lopende strafrechtelijke onderzoeken en rechtsprocedures van toepassing zijn, een aanvullende termijn van vijf jaar voor de bewaring van die informatie of documenten toestaan of opleggen, indien is aangetoond dat die langere bewaring noodzakelijk en evenredig is met het oog op het voorkomen, opsporen, onderzoeken of vervolgen van vermoedelijke witwaspraktijken of terrorismefinanciering.