1. In afwijking van artikel 69, lid 1, kunnen de lidstaten de in artikel 3, punt 3, a) en b), genoemde meldingsplichtige entiteiten toestaan de in artikel 69, lid 1, genoemde informatie toe te zenden aan een door de lidstaat aangewezen zelfregulerend orgaan.
Het aangewezen zelfregulerende orgaan stuurt de in de eerste alinea genoemde informatie onverwijld en ongefilterd door naar de FIE.
2. Notarissen, advocaten, andere onafhankelijke beoefenaars van juridische beroepen, auditors, externe accountants en belastingadviseurs zijn vrijgesteld van de vereisten van artikel 69, lid 1, voor zover die vrijstelling betrekking heeft op de informatie die zij van of over een cliënt ontvangen tijdens het bepalen van de rechtspositie van die cliënt of bij het verrichten van hun taak van verdediging of vertegenwoordiging van die cliënt in het kader van of in verband met een rechtsgeding, daaronder begrepen advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding, ongeacht of die informatie vóór, gedurende of na een dergelijk geding wordt ontvangen of verkregen.
De in de eerste alinea bedoelde vrijstelling is niet van toepassing indien de daarin genoemde meldingsplichtige entiteiten:
a) | betrokken zijn bij witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten of terrorismefinanciering; |
b) | juridisch advies verstrekken met het oog op witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten of terrorismefinanciering, of |
c) | weten dat de cliënt juridisch advies inwint met het oog op witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten of terrorismefinanciering; medeweten of opzet kan worden afgeleid uit objectieve feitelijke omstandigheden. |
3. Naast de in lid 2, tweede alinea, genoemde situaties kunnen de lidstaten, indien dit gerechtvaardigd is op grond van het hogere risico van witwassen, daarmee verband houdende basisdelicten of terrorismefinanciering bij bepaalde soorten transacties, besluiten dat de in lid 2, eerste alinea, genoemde vrijstelling niet van toepassing is op die soorten transacties en, in voorkomend geval, aanvullende meldingsplichten opleggen aan de in dat lid genoemde meldingsplichtige entiteiten. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elk op grond van dit lid genomen besluit. De Commissie deelt de besluiten mee aan de andere lidstaten.