In het geval van discretionaire trusts, waarbij de begunstigden nog moeten worden gekozen, worden de voorwerpen van een bevoegdheid en de verkrijgers bij niet-uitoefening geïdentificeerd. Begunstigden die tot het voorwerp van een bevoegdheid behoren, zijn uiteindelijk begunstigde(n) zodra zij zijn gekozen. Verkrijgers bij niet-uitoefening zijn uiteindelijk begunstigden wanneer de trustees hun discretionaire bevoegdheid niet uitoefenen.
Indien discretionaire trusts aan de voorwaarden van artikel 59, lid 2, voldoen, worden alleen de groep voorwerpen van een bevoegdheid en de verkrijgers bij niet-uitoefening geïdentificeerd. Die categorieën discretionaire trusts worden overeenkomstig lid 3 van dat artikel ter kennis van de Commissie gebracht.