1. In het geval van andere dan de in artikel 51 bedoelde juridische entiteiten, die vergelijkbaar zijn met express trust, zoals stichtingen, zijn de uiteindelijk begunstigden alle volgende natuurlijke personen:
a) | de oprichters; |
b) | de leden van het leidinggevend orgaan in zijn leidinggevende functie; |
c) | de leden van het leidinggevend orgaan in zijn toezichthoudende functie; |
d) | de begunstigden, tenzij artikel 59 van toepassing is; |
e) | alle andere natuurlijke personen met directe of indirecte zeggenschap over de juridische entiteit. |
2. Indien de in lid 1 bedoelde juridische entiteiten deel uitmaken van meerlagige zeggenschapsstructuren en een juridische entiteit een van de in lid 1 genoemde functies bekleedt, zijn de in lid 1 bedoelde uiteindelijk begunstigden van de juridische constructie:
a) | de in lid 1 genoemde natuurlijke personen, en |
b) | de uiteindelijk begunstigden van de juridische entiteiten die een van de in lid 1 genoemde functies bekleden. |
3. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 10 oktober 2027 in kennis van een lijst van de soorten juridische entiteiten waarvan de uiteindelijk begunstigden geïdentificeerd zijn overeenkomstig lid 1.
De in de eerste alinea genoemde kennisgeving gaat vergezeld van een beschrijving van:
a) | de vorm en basiskenmerken van die juridische entiteiten; |
b) | het proces waarmee zij kunnen worden opgezet; |
c) | het proces voor de toegang tot basisinformatie en informatie over uiteindelijk begunstigden met betrekking tot die juridische entiteiten; |
d) | de websites waar de centrale registers met informatie over de uiteindelijk begunstigden van die juridische entiteiten kunnen worden geraadpleegd en de contactgegevens van de entiteiten die verantwoordelijk zijn voor die registers. |
4. De Commissie kan door middel van een uitvoeringshandeling een lijst vaststellen van de soorten juridische entiteiten die onder het nationale recht van de lidstaten vallen en die aan de vereisten van dit artikel moeten voldoen. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 86, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.