1. De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 85 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze verordening door derde landen te identificeren indien zij het in bijzondere gevallen onontbeerlijk acht een specifieke en ernstige bedreiging te beperken die die derde landen vormen voor het financiële stelsel van de Unie en de goede werking van de interne markt, en die niet op grond van de artikelen 29 en 30 kan worden beperkt.
2. Bij het opstellen van de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen houdt de Commissie met name rekening met de volgende criteria:
a) | het juridische en institutionele AML/CFT-kader van het derde land, in het bijzonder:
|
b) | de bevoegdheden en procedures van de bevoegde autoriteiten van het derde land op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, waaronder voldoende doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties, alsmede de wijze waarop het derde land in de praktijk samenwerkt en informatie uitwisselt met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten; |
c) | de doeltreffendheid van het AML/CFT-stelsel van het derde land voor het aanpakken van de risico’s van witwassen en terrorismefinanciering. |
3. Om het in lid 1 bedoelde dreigingsniveau te bepalen, kan de Commissie de AMLA verzoeken een advies uit te brengen om te beoordelen welke specifieke impact het dreigingsniveau van het derde land heeft op de integriteit van het financiële stelsel van de Unie.
4. Indien de AMLA vaststelt dat een derde land dat niet op grond van de artikelen 29 en 30 is geïdentificeerd, een specifieke en ernstige bedreiging voor het financiële stelsel van de Unie vormt, kan zij een advies tot de Commissie richten waarin zij uiteenzet welke bedreiging zij heeft vastgesteld en waarom zij van mening is dat de Commissie het derde land overeenkomstig lid 1 moet identificeren.
Indien de Commissie besluit het in de eerste alinea bedoelde derde land niet te identificeren, motiveert zij die beslissing ten aanzien van de AMLA.
5. De Commissie houdt bij het opstellen van de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen met name rekening met relevante evaluaties, beoordelingen of rapporten die zijn opgesteld door internationale organisaties en opstellers van standaarden met bevoegdheden op het gebied van preventie van witwassen en bestrijding van terrorismefinanciering.
6. Wanneer de vastgestelde specifieke en ernstige bedreiging die uitgaat van het betrokken derde land een aanzienlijke strategische tekortkoming vormt, is artikel 29, lid 4, van toepassing en worden in de in lid 1 van dit artikel bedoelde gedelegeerde handeling specifieke tegenmaatregelen vastgesteld als bedoeld in artikel 29, lid 5.
7. Wanneer de vastgestelde specifieke en ernstige bedreiging die uitgaat van het betrokken derde land een nalevingstekortkoming vormt, worden in de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handeling specifieke verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen vastgesteld onder de in artikel 34, lid 4, genoemde maatregelen die de meldingsplichtige entiteiten moeten toepassen om de risico’s te beperken die verbonden zijn aan zakelijke relaties of occasionele transacties waarbij natuurlijke personen of rechtspersonen uit dat derde land betrokken zijn.
8. De Commissie evalueert de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen regelmatig om ervoor te zorgen dat de in de lid 6 bedoelde tegenmaatregelen en de in lid 7 bedoelde verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen rekening houden met de wijzigingen in het AML/CFT-kader van het derde land, en evenredig en passend zijn ten opzichte van de risico’s.
9. De Commissie kan door middel van een uitvoeringshandeling de methode voor de identificatie van derde landen op grond van dit artikel vastleggen. In die uitvoeringshandeling wordt met name het volgende vastgelegd:
a) | hoe de in lid 2 bedoelde criteria worden beoordeeld; |
b) | het proces voor interactie met het derde land dat wordt beoordeeld; |
c) | het proces om de lidstaten en de AMLA te betrekken bij de identificatie van derde landen die een specifieke en ernstige bedreiging voor het financiële stelsel van de Unie vormen. |
De in de eerste alinea van dit lid bedoelde uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 86, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.