Artikel 30 – Identificatie van derde landen met nalevingstekortkomingen in hun nationale AML/CFT-regelingen

1.   Derde landen met nalevingstekortkomingen in hun nationale AML/CFT-regelingen worden door de Commissie geïdentificeerd.

2.   De Commissie is bevoegd om, met het oog op de identificatie van de in lid 1 bedoelde derde landen, overeenkomstig artikel 85 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast te stellen, wanneer:

a)

is vastgesteld dat het wettelijke en institutionele AML/CFT-kader van het derde land nalevingstekortkomingen vertoont;

b)

is vastgesteld dat de doeltreffendheid van het AML/CFT-stelsel van het derde land om risico’s van witwassen en terrorismefinanciering aan te pakken, of zijn stelsel om risico’s van niet-uitvoering of ontduiking van financiële sancties van de VN in verband met de financiering van proliferatie te beoordelen en te beperken, nalevingstekortkomingen vertoont.

Die gedelegeerde handelingen worden vastgesteld uiterlijk 20 kalenderdagen nadat de Commissie zich ervan heeft vergewist dat sprake is van een situatie als bedoeld in punt a) of b) van de eerste alinea.

3.   De Commissie houdt bij het opstellen van de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen rekening met, als uitgangspunt voor haar beoordeling, informatie over rechtsgebieden die onder verscherpt toezicht door internationale organisaties en opstellers van standaarden met bevoegdheden op het gebied van preventie van witwassen en bestrijding van terrorismefinanciering staan, alsmede met relevante, door hen opgestelde evaluaties, beoordelingen, rapporten en openbare verklaringen.

4.   In de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen wordt bepaald welke van de in artikel 34, lid 4, genoemde verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen de meldingsplichtige entiteiten specifiek dienen te nemen ter beperking van de risico’s die verbonden zijn aan zakelijke relaties of occasionele transacties waarbij natuurlijke of rechtspersonen uit dat derde land betrokken zijn.

5.   De Commissie evalueert de in lid 2 bedoelde gedelegeerde handelingen regelmatig om ervoor te zorgen dat de op grond van lid 4 vastgestelde specifieke verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen rekening houden met de wijzigingen in het AML/CFT-kader van het derde land, en evenredig en passend zijn ten opzichte van de risico’s.

Scroll naar boven