1. Behalve in gevallen met een lager risico waarop maatregelen uit hoofde van afdeling 3 van toepassing zijn en ongeacht de toepassing van aanvullende maatregelen in gevallen met een hoger risico uit hoofde van afdeling 4, verkrijgen de meldingsplichtige entiteiten ten minste de volgende informatie om de cliënt, elke persoon die beweert namens die cliënt te handelen en de natuurlijke personen namens wie of ten gunste van wie een transactie of activiteit wordt verricht te identificeren:
a) | voor natuurlijke personen:
|
b) | voor rechtspersonen:
|
c) | voor trustees van express trusts of personen met een gelijkwaardige positie in soortgelijke juridische constructies:
|
d) | voor andere organisaties met rechtsbevoegdheid naar nationaal recht:
|
2. Met het oog op de identificatie van de uiteindelijk begunstigde van een juridische entiteit of van een juridische constructie verzamelen de meldingsplichtige entiteiten de in artikel 62, lid 1, tweede alinea, punt a), bedoelde informatie.
Wanneer alle mogelijke identificatiemiddelen zijn uitgeput en nog steeds geen natuurlijke personen als uiteindelijk begunstigden zijn geïdentificeerd, of wanneer er twijfels zijn of de geïdentificeerde personen de uiteindelijk begunstigden zijn, registreren de meldingsplichtige entiteiten dat er geen uiteindelijk begunstigde is geïdentificeerd en identificeren zij alle natuurlijke personen die de functie van hogere leidinggevende in de juridische entiteit bekleden, en verifiëren zij de identiteit van die personen.
Indien de verrichting van de in de tweede alinea bedoelde een identiteitscontrole de cliënt ervan op de hoogte zou brengen dat de meldingsplichtige entiteit twijfels heeft over de uiteindelijk begunstigden van de juridische entiteit, ziet de meldingsplichtige entiteit ervan af de identiteit van hogere leidinggevenden te verifiëren en registreert zij in plaats daarvan de stappen die zijn ondernomen om de identiteit van de uiteindelijk begunstigden en hogere leidinggevenden vast te stellen. De meldingsplichtige entiteiten documenteren de genomen maatregelen en de moeilijkheden die zich tijdens het identificatieproces hebben voorgedaan en die het noodzakelijk maakten een hoge leidinggevende te identificeren.
3. Kredietinstellingen en financiële instellingen verkrijgen informatie om de natuurlijke of rechtspersonen die gebruikmaken van een virtueel IBAN dat zij uitgeven, te identificeren en om hun identiteit te verifiëren, en de bijbehorende bank- of betaalrekening.
De kredietinstelling of financiële instelling die de bank- of betaalrekening beheert waarnaar een door een andere kredietinstelling of financiële instelling uitgegeven virtueel IBAN betalingen doorleidt, zorgt ervoor dat zij van de instelling die het virtuele IBAN uitgeeft, onverwijld de informatie kan verkrijgen waarmee de natuurlijke persoon die dat virtuele IBAN gebruikt, wordt geïdentificeerd en diens identiteit wordt geverifieerd of in ieder geval binnen vijf werkdagen nadat zij om die informatie heeft verzocht.
4. Bij begunstigden van trusts of soortgelijke juridische entiteiten of constructies die door middel van specifieke kenmerken of naar categorie worden aangewezen, verkrijgt de meldingsplichtige entiteit voldoende informatie betreffende de begunstigde om op het tijdstip van uitbetaling of op het tijdstip waarop de begunstigde zijn definitieve rechten uitoefent, de identiteit van de begunstigde te kunnen vaststellen.
5. Bij discretionaire trusts verkrijgt de meldingsplichtige entiteit voldoende informatie betreffende het voorwerp van een bevoegdheid en verkrijgers bij niet-uitoefening om op het tijdstip waarop de trustees hun discretionaire bevoegdheid uitoefenen of op het tijdstip waarop de verkrijgers bij niet-uitoefening de begunstigden worden omdat de trustees hun discretionaire bevoegdheid niet hebben uitgeoefend, de identiteit van de begunstigde te kunnen vaststellen.
6. De meldingsplichtige entiteiten verkrijgen de informatie, documenten en gegevens die vereist zijn voor de verificatie van de identiteit van de cliënt en van elke persoon die beweert namens de cliënt te handelen, door middel van een van de volgende methoden:
a) | een ingediend identiteitsdocument, paspoort of gelijkwaardig document, en, in voorkomend geval, informatie uit betrouwbare en onafhankelijke bronnen, ongeacht of de toegang daartoe rechtstreeks is of door de cliënt wordt verstrekt; |
b) | het gebruik van elektronische identificatiemiddelen die voldoen aan de vereisten van Verordening (EU) nr. 910/2014 met betrekking tot de betrouwbaarheidsniveaus “substantieel” of “hoog” en relevante gekwalificeerde vertrouwensdiensten als bedoeld in die verordening. |
7. Meldingsplichtige entiteiten verifiëren de identiteit van de uiteindelijk begunstigde en, in voorkomend geval, de personen namens wie of ten behoeve van wie een transactie of activiteit wordt verricht, op een van de volgende manieren:
a) | overeenkomstig lid 6; |
b) | door redelijke maatregelen te nemen om de nodige informatie, documenten en gegevens te verkrijgen van de cliënt of andere betrouwbare bronnen, met inbegrip van andere openbare registers dan de centrale registers. |
De meldingsplichtige entiteiten bepalen de omvang van de te raadplegen informatie, rekening houdend met de risico’s die verbonden zijn aan de occasionele transactie of de zakelijke relatie en de uiteindelijk begunstigde, met inbegrip van risico’s in verband met de eigendomsstructuur.
Naast de verificatiemiddelen van de eerste alinea van dit lid verifiëren de meldingsplichtige entiteiten ook de informatie over de uiteindelijk begunstigden door de centrale registers te raadplegen.