1. Met het oog op het verrichten van een cliëntenonderzoek passen de meldingsplichtige entiteiten alle volgende maatregelen toe:
a) | de cliënt identificeren en zijn identiteit verifiëren; |
b) | de uiteindelijk begunstigden identificeren en redelijke maatregelen nemen om hun identiteit te verifiëren, zodat de meldingsplichtige entiteit ervan overtuigd is dat zij weet wie de uiteindelijk begunstigde is en dat zij inzicht heeft in de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de cliënt; |
c) | informatie over het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie of de occasionele transacties beoordelen en, in voorkomend geval, verkrijgen, en dat doel en die aard begrijpen; |
d) | nagaan of de cliënt of de uiteindelijk begunstigden onderworpen zijn aan gerichte financiële sancties en, in het geval van een cliënt of partij bij een juridische constructie die een juridische entiteit is, of natuurlijke of rechtspersonen die onderworpen zijn aan gerichte financiële sancties zeggenschap hebben over de juridische entiteit of meer dan 50 % van de eigendomsrechten van die juridische entiteit bezitten of een meerderheidsbelang erin hebben, zij het individueel of collectief; |
e) | informatie over de aard van de activiteit van de cliënt, met inbegrip van, in het geval van ondernemingen, of zij activiteiten verrichten, of van hun arbeid of beroep, beoordelen en, in voorkomend geval, verkrijgen; |
f) | de zakelijke relatie doorlopend monitoren, met inbegrip van een nauwlettende controle van tijdens de gehele duur van de zakelijke relatie verrichte transacties, om ervoor te zorgen dat de transacties stroken met de kennis van de meldingsplichtige entiteit over de cliënt en diens bedrijfsactiviteit en risicoprofiel, indien noodzakelijk ook inzake de oorsprong van de geldmiddelen; |
g) | bepalen of de cliënt, de uiteindelijk begunstigde of de cliënt en, in voorkomend geval, de persoon namens wie of ten behoeve van wie een transactie of activiteit wordt verricht, een politiek prominente persoon, een familielid of een als naaste geassocieerde bekende persoon van die politiek prominente persoon is; |
h) | indien een transactie of activiteit wordt verricht namens of ten behoeve van andere natuurlijke personen dan de cliënt, die natuurlijke personen identificeren en hun identiteit verifiëren; |
i) | nagaan of eenieder die beweert namens de cliënt te handelen daar ook toe gemachtigd is en die persoon identificeren en zijn identiteit verifiëren. |
2. De meldingsplichtige entiteiten bepalen de reikwijdte van de in lid 1 bedoelde maatregelen op basis van een individuele analyse van de risico’s van witwassen en terrorismefinanciering, gelet op de specifieke kenmerken van de cliënt en van de zakelijke relatie of occasionele transactie, en rekening houdend met de door de meldingsplichtige entiteit op grond van artikel 10 verrichte bedrijfsbrede risicobeoordeling, de in bijlage I opgenomen variabelen inzake witwassen en terrorismefinanciering en de in de bijlagen II en III opgenomen risicofactoren.
Wanneer de meldingsplichtige entiteiten een verhoogd risico van witwassen of terrorismefinanciering vaststellen, passen zij verscherpte cliëntenonderzoeksmaatregelen toe op grond van afdeling 4 van dit hoofdstuk. Wanneer situaties met een lager risico worden vastgesteld, mogen de meldingsplichtige entiteiten vereenvoudigde cliëntenonderzoeksmaatregelen toepassen op grond van afdeling 3 van dit hoofdstuk.
3. Uiterlijk op 10 juli 2026 vaardigt de AMLA richtsnoeren uit over de risicovariabelen en risicofactoren waarmee de meldingsplichtige entiteiten rekening moeten houden bij het aangaan van zakelijke relaties of het verrichten van occasionele transacties.
4. De meldingsplichtige entiteiten moeten te allen tijde aan hun toezichthouders kunnen aantonen dat de genomen maatregelen passend zijn in het licht van de vastgestelde risico’s van witwassen en terrorismefinanciering.