1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1) | “witwassen”: de in artikel 3, leden 1 en 5, van Richtlijn (EU) 2018/1673 bedoelde gedragingen, met inbegrip van medeplichtigheid aan, uitlokking van en poging tot het plegen van die gedragingen, ongeacht of de activiteiten die ten grondslag liggen aan de wit te wassen voorwerpen hebben plaatsgevonden op het grondgebied van een lidstaat of op dat van een derde land; medeweten, bedoeling of opzet, vereist als bestanddeel van die gedragingen, kunnen worden afgeleid uit objectieve feitelijke omstandigheden; |
2) | “terrorismefinanciering”: de in artikel 11 van Richtlijn (EU) 2017/541 bedoelde gedragingen, met inbegrip van medeplichtigheid aan, uitlokking van en poging tot het plegen van die gedragingen, ongeacht of deze op het grondgebied van een lidstaat of op dat van een derde land plaatsvinden; medeweten, bedoeling of opzet, vereist als bestanddeel van die gedragingen, kunnen worden afgeleid uit objectieve feitelijke omstandigheden; |
3) | “criminele activiteit”: criminele activiteit zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Richtlijn (EU) 2018/1673, alsmede fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad als gedefinieerd in artikel 3, lid 2, van Richtlijn (EU) 2017/1371, passieve en actieve corruptie als gedefinieerd in artikel 4, lid 2, van die richtlijn en wederrechtelijke toe-eigening als gedefinieerd in artikel 4, lid 3, tweede alinea, van die richtlijn; |
4) | “geldmiddelen” of “voorwerpen”: voorwerpen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Richtlijn (EU) 2018/1673; |
5) | “kredietinstelling”:
|
6) | “financiële instelling”:
|
7) | “cryptoactivum”: een cryptoactivum zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 5), van Verordening (EU) 2023/1114, behalve wanneer het onder de in artikel 2, lid 4, van die verordening genoemde categorieën valt; |
8) | “cryptoactivadiensten”: cryptoactivadiensten als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening (EU) 2023/1114, met uitzondering van het verlenen van advies over cryptoactiva als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt 16), h), van die verordening; |
9) | “aanbieder van cryptoactivadiensten”: een aanbieder van cryptoactivadiensten zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 15), van Verordening (EU) 2023/1114, wanneer deze een of meer cryptoactivadiensten verricht; |
10) | “financiële gemengde holding”: een onderneming die geen financiële holding of gemengde financiële holding is en die geen dochteronderneming is van een andere onderneming, en waarvan de dochterondernemingen ten minste één kredietinstelling of financiële instelling omvatten; |
11) | “aanbieder van trustdiensten of vennootschapsrechtelijke diensten”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die als bedrijfsactiviteit een van de volgende diensten aan derden aanbiedt:
|
12) | “kansspeldiensten”: diensten die gepaard gaan met het aangaan van een weddenschap waarbij een geldbedrag wordt ingezet in kansspelen, daaronder begrepen die welke enige bekwaamheid vereisen zoals loterijen, casinospelen, poker en weddenschapstransacties, die worden aangeboden op een fysieke locatie, dan wel op afstand met eender welk middel, langs elektronische weg of met enig andere communicatietechnologie, en op individueel verzoek van een afnemer van diensten; |
13) | “niet-financiële gemengde holding”: een onderneming die geen financiële holding of gemengde financiële holding is en die geen dochteronderneming is van een andere onderneming, en waarvan de dochterondernemingen ten minste één van de in artikel 3, punt 3, bedoelde meldingsplichtige entiteit omvatten; |
14) | “zelfgehost adres”: een zelfgehost adres zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 20, van Verordening (EU) 2023/1113; |
15) | “crowdfundingdienstverlener”: een verlener van crowdfundingdiensten zoals gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt e), van Verordening (EU) 2020/1503; |
16) | “crowdfundingbemiddelaar”: een andere onderneming dan een crowdfundingdienstverlener, waarvan de activiteit bestaat in het matchen of vergemakkelijken van het matchen — via een internet-informatiesysteem dat openstaat voor het publiek of voor een beperkt aantal financiers — van:
|
17) | “elektronisch geld”: elektronisch geld zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad Richtlijn 2009/110/EG (PB L 267), maar met uitsluiting van monetaire waarde als bedoeld in artikel 1, leden 4 en 5, van die richtlijn; |
18) | “vestiging”: de daadwerkelijke uitoefening door een meldingsplichtige entiteit van een economische activiteit als vermeld in artikel 3 in een andere lidstaat of een ander derde land dan het land waar haar hoofdkantoor zich voor onbepaalde tijd en via een stabiele infrastructuur bevindt, met inbegrip van:
|
19) | “zakelijke relatie”: een zakelijke, professionele of commerciële relatie die verband houdt met de professionele activiteiten van een meldingsplichtige entiteit, die tot stand komt tussen een meldingsplichtige entiteit en een cliënt, ook wanneer een schriftelijke overeenkomst ontbreekt, en die naar verwachting, op het tijdstip waarop het contact tot stand komt, een element van herhaling of duur zal hebben of later zal krijgen; |
20) | “onderling samenhangende transacties”: twee of meer transacties met dezelfde of een vergelijkbare oorsprong of bestemming en hetzelfde of een vergelijkbaar doel, of andere relevante kenmerken, gedurende een specifieke periode; |
21) | “derde land”: een rechtsgebied, een onafhankelijke staat of een autonoom grondgebied dat/die geen deel uitmaakt van de Unie en een eigen AML/CFT-wetgeving of -handhavingsregeling heeft; |
22) | “correspondentrelatie”:
|
23) | “legehulsinstelling”:
|
24) | “cryptoactivarekening”: een cryptoactivarekening zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 19, van Verordening (EU) 2023/1113; |
25) | “anonimiseringsmunten”: cryptoactiva met ingebouwde kenmerken om informatie over de overmaking van cryptoactiva, systematisch of optioneel, anoniem te maken; |
26) | “virtueel IBAN”: een identificatiecode waardoor betalingen worden doorgeleid naar een betaalrekening die door een ander IBAN-nummer wordt gekenmerkt dan die identificatiecode; |
27) | “identificatiecode voor juridische entiteiten”: een aan de rechtspersoon overeenkomstig ISO-norm 17442 toegewezen unieke alfanumerieke referentiecode; |
28) | “uiteindelijk begunstigde”: elke natuurlijke persoon die uiteindelijk eigenaar is van of zeggenschap heeft over een juridische entiteit, een express trust of soortgelijke juridische constructie; |
29) | “express trust”: een trust die opzettelijk door de oprichter van de trust, inter vivos of bij overlijden, gewoonlijk in de vorm van een schriftelijk document, is gecreëerd om activa onder het zeggenschap van een trustee te plaatsen ten behoeve van een begunstigde of voor een bepaald doel; |
30) | “voorwerp van een bevoegdheid”: de natuurlijke of rechtspersonen of de groep natuurlijke of rechtspersonen waaruit trustees de begunstigden van een discretionair trust kunnen kiezen; |
31) | “verkrijger bij niet-uitoefening”: de natuurlijke of rechtspersonen of de groep natuurlijke of rechtspersonen die de begunstigden zijn van een discretionair trust indien de trustees hun discretionaire bevoegdheid niet uitoefenen; |
32) | “juridische constructie”: een express trust of een constructie met een soortgelijke structuur of functie als een express trust, met inbegrip van fiducie en bepaalde soorten Treuhand en fideicomiso; |
33) | “basisinformatie”:
|
34) | “politiek prominente persoon”: een natuurlijke persoon die prominente publieke functies bekleedt of bekleed heeft, met inbegrip van:
|
35) | “familielid”:
|
36) | “als naaste geassocieerde bekende persoon”:
|
37) | “leidinggevend orgaan”: het orgaan of de organen van een meldingsplichtige entiteit die overeenkomstig het nationale recht zijn aangesteld, die bevoegd zijn om de strategie, doelstellingen en algemene leiding van de meldingsplichtige entiteit vast te stellen, en die toezicht houden op de bestuurlijke besluitvorming en deze monitoren, met inbegrip van de personen die de bedrijfsactiviteiten van de meldingsplichtige entiteit daadwerkelijk leiden; indien er geen dergelijk orgaan bestaat, de persoon die de bedrijfsactiviteiten van de meldingsplichtige entiteit daadwerkelijk leidt; |
38) | “leidinggevend orgaan in zijn leidinggevende functie”: het leidinggevend orgaan dat verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding van de meldingsplichtige entiteit; |
39) | “leidinggevend orgaan in zijn toezichthoudende functie”: het leidinggevend orgaan dat optreedt in zijn rol van toezichthouder op en monitor van de bestuurlijke besluitvorming; |
40) | “hoger leidinggevend personeel”: de leden van het leidinggevend orgaan in zijn leidinggevende functie, alsmede functionarissen en werknemers die over voldoende kennis inzake de blootstelling van de meldingsplichtige entiteit aan risico’s van witwassen en terrorismefinanciering beschikken en voldoende anciënniteit hebben om besluiten te nemen die van invloed zijn op die blootstelling; |
41) | “groep”: een groep van ondernemingen bestaande uit een moederonderneming, haar dochterondernemingen, alsmede ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door een betrekking in de zin van artikel 22 van Richtlijn 2013/34/EU; |
42) | “moederonderneming”:
|
43) | “contanten”: liquide middelen als gedefinieerd in artikel 2, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2018/1672 van het Europees Parlement en de Raad Verordening (EU) 2018/1672 (PB L 284); |
44) | “bevoegde autoriteit”:
|
45) | “toezichthouder”: het orgaan belast met verantwoordelijkheden met het oog op de naleving van de vereisten van deze verordening door de meldingsplichtige entiteiten, met inbegrip van de AMLA bij de uitvoering van de taken waarmee zij uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1620 is belast; |
46) | “toezichthoudende autoriteit”: een toezichthouder die een overheidsorgaan is, of de overheidsinstantie die toezicht houdt op zelfregulerende organen bij de uitoefening van hun toezichthoudende taken op grond van artikel 37 van Richtlijn (EU) 2024/1640, of de AMLA wanneer zij als toezichthouder optreedt; |
47) | “zelfregulerend orgaan”: een orgaan dat leden van een beroepsgroep vertegenwoordigt en betrokken is bij de opstelling en handhaving van regels voor die leden en bepaalde toezichts- of monitoringfuncties uitoefent; |
48) | “geldmiddelen of andere activa”: activa, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, financiële activa, economische middelen, waaronder olie en andere natuurlijke hulpbronnen, voorwerpen van enigerlei aard, materieel of immaterieel, roerend of onroerend, ongeacht de wijze van verwerving, en juridische documenten of instrumenten in enigerlei vorm, ook elektronisch of digitaal, waaruit de eigendom van of een belang in dergelijke geldmiddelen of andere activa blijkt, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, bankkredieten, reischeques, bankcheques; postwissels, aandelen, effecten, obligaties, wissels of kredietbrieven, en rente, dividenden of andere inkomsten uit of waarde afkomstig van of gegenereerd door dergelijke geldmiddelen of andere activa, en alle andere activa die kunnen worden gebruikt om geldmiddelen, goederen of diensten te verkrijgen; |
49) | “gerichte financiële sancties”: zowel de bevriezing van activa als het verbod op het beschikbaar stellen van geldmiddelen of andere activa, direct of indirect, ten behoeve van aangewezen personen en entiteiten op grond van besluiten van de Raad die zijn vastgesteld op grond van artikel 29 van het VEU en verordeningen van de Raad die zijn vastgesteld op basis van artikel 215 van het VWEU; |
50) | “financiële sancties van de VN”: zowel bevriezing van activa als het verbod op het beschikbaar stellen van geldmiddelen of andere activa, direct of indirect, ten behoeve van aangewezen of op een lijst geplaatste personen en entiteiten op grond van:
|
51) | “financiële sancties van de VN in verband met de financiering van proliferatie”: zowel bevriezing van activa als het verbod op het beschikbaar stellen van geldmiddelen of andere activa, direct of indirect, ten behoeve van aangewezen of op een lijst geplaatste personen en entiteiten op grond van:
|
52) | “professionele voetbalclub”: een rechtspersoon die een voetbalclub is waaraan een licentie is verleend en die deelneemt aan de nationale voetbalcompetities in een lidstaat en waarvan de spelers en het personeel contractueel in dienst zijn genomen en in ruil voor hun diensten worden beloond, dan wel een rechtspersoon die eigenaar of beheerder van een dergelijke voetbalclub is; |
53) | “voetbalmakelaar”: een natuurlijke of rechtspersoon die tegen vergoeding bemiddelingsdiensten aanbiedt en voetbalspelers of professionele voetbalclubs vertegenwoordigt in onderhandelingen met het oog op het sluiten van een contract voor een voetbalspeler, of die professionele voetbalclubs vertegenwoordigt in onderhandelingen met het oog op het sluiten van een overeenkomst voor de transfer van een voetbalspeler; |
54) | “goederen met een hoge waarde”: de in bijlage IV genoemde goederen; |
55) | “edelmetalen en edelstenen”: metalen en stenen als opgenomen in bijlage V; |
56) | “cultuurgoederen”: goederen die zijn opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 116/2009 van de Raad Verordening (EG) 116/2009 (PB L 39); |
57) | “partnerschap voor informatie-uitwisseling”: een mechanisme dat het delen en verwerken van informatie tussen meldingsplichtige entiteiten en, in voorkomend geval, de in punt 44, onder a), b) en c), van dit artikel genoemde bevoegde autoriteiten mogelijk maakt met het oog op het voorkomen en bestrijden van witwassen, basisdelicten en terrorismefinanciering, op nationaal of grensoverschrijdend niveau en ongeacht de vorm van dat partnerschap. |
2. Het begrip “prominente publieke functies” als bedoeld in lid 1, punt 34), wordt niet aldus opgevat dat ook ambtenaren van het lagere en middenkader eronder vallen.
3. Indien hun administratieve organisatie en risico’s dit rechtvaardigen, kunnen de lidstaten lagere drempels vaststellen voor de aanwijzing van de volgende prominente publieke functies:
a) | leden van bestuursorganen van politieke partijen die op regionaal of lokaal niveau zijn vertegenwoordigd, zoals bedoeld in lid 1), punt 34, a), iii); |
b) | hoofden van regionale en lokale overheden, zoals bedoeld in lid 1, punt 34, a), viii). |
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van die lagere drempels.
4. Met betrekking tot lid 1, punt 34, a), vii), van dit artikel kunnen de lidstaten, indien hun administratieve organisatie en risico’s dit rechtvaardigen, voor de identificatie van ondernemingen die onder zeggenschap staan van regionale of lokale overheden lagere drempels vaststellen dan die welke zijn bepaald in artikel 3, leden 3, 4, 6 en 7, van Richtlijn 2013/34/EU.
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van die lagere drempels.
5. Indien hun sociale en culturele structuren en risico’s dit rechtvaardigen, kunnen de lidstaten voor de aanwijzing van broers en zussen als familieleden van politiek prominente personen een ruimer toepassingsgebied hanteren, zoals bedoeld in lid 1, punt 35, d).
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van dit ruimer toepassingsgebied.