Artikel 18 – Uitbesteding

1.   Meldingsplichtige entiteiten kunnen taken die voortvloeien uit deze verordening uitbesteden aan dienstverleners. De meldingsplichtige entiteit stelt de toezichthouder in kennis van de uitbesteding voordat de dienstverlener de uitbestede taak begint uit te voeren.

2.   Bij de uitvoering van de taken op grond van dit artikel moeten dienstverleners als deel van de meldingsplichtige entiteit worden beschouwd, ook wanneer zij verplicht zijn de in artikel 10 van Richtlijn (EU) 2024/1640 bedoelde centrale registers (“centrale registers”) te raadplegen met het oog op de uitvoering van cliëntenonderzoek namens de meldingsplichtige entiteit.

De meldingsplichtige entiteit blijft volledig aansprakelijk voor alle handelingen, in de vorm van handelen of nalaten, in verband met de uitbestede taken die door dienstverleners worden uitgevoerd.

Voor elke uitbestede taak moet de meldingsplichtige entiteit tegenover de toezichthouder kunnen aantonen dat zij de beweegredenen begrijpt achter de door de dienstverlener verrichte activiteiten en de bij de uitvoering ervan gevolgde benadering, en dat dergelijke activiteiten de specifieke risico’s waaraan de meldingsplichtige entiteit is blootgesteld, beperken.

3.   De op grond van lid 1 van dit artikel uitbestede taken mogen geen wezenlijke afbreuk doen aan de kwaliteit van de gedragslijnen en procedures van de meldingsplichtige entiteit om te voldoen aan de vereisten van deze verordening en van Verordening (EU) 2023/1113, en van de controles die zijn ingevoerd om die gedragslijnen en procedures te testen. De volgende taken mogen in geen geval worden uitbesteed:

a)

het voorstel en de goedkeuring van de bedrijfsbrede risicobeoordeling van de meldingsplichtige entiteit op grond van artikel 10, lid 2;

b)

de goedkeuring van de interne gedragslijnen, procedures en controles van de meldingsplichtige entiteit op grond van artikel 9;

c)

beslissingen over aan cliënten toe te kennen risicoprofielen;

d)

besluiten om een zakelijke relatie aan te gaan of een occasionele transactie met een cliënt uit te voeren;

e)

de melding van verdachte activiteiten aan de FIE op grond van artikel 69 of op limieten gebaseerde meldingen op grond van de artikelen 74 en 80, behalve wanneer die activiteiten worden uitbesteed aan een andere meldingsplichtige entiteit die tot dezelfde groep behoort en in dezelfde lidstaat is gevestigd;

f)

de goedkeuring van criteria voor het opsporen van verdachte en ongebruikelijke transacties en activiteiten.

4.   Voordat een meldingsplichtige entiteit een taak op grond van lid 1 uitbesteedt, vergewist zij zich ervan dat de dienstverlener voldoende gekwalificeerd is om de uit te besteden taken uit te voeren.

Als een meldingsplichtige entiteit op grond van lid 1 taken uitbesteedt, ziet zij erop toe dat de dienstverlener, alsmede al diens eventuele subcontractanten, de door de meldingsplichtige entiteit vastgestelde gedragslijnen en procedures toepast. De voorwaarden voor de uitvoering van dergelijke taken worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen de meldingsplichtige entiteit en de dienstverlener. De meldingsplichtige entiteit controleert regelmatig of de dienstverlener dergelijke gedragslijnen en procedures effectief toepast. De frequentie van dergelijke controles wordt bepaald op basis van de kritieke aard van de uitbestede taken.

5.   De meldingsplichtige entiteiten zorgen ervoor dat de uitbesteding geen wezenlijke afbreuk doet aan het vermogen van de toezichthoudende autoriteiten om de naleving van deze verordening en Verordening (EU) 2023/1113 door de meldingsplichtige entiteit te monitoren en na te gaan.

6.   In afwijking van lid 1 mogen meldingsplichtige entiteiten taken die voortvloeien uit de vereisten uit hoofde van deze verordening niet uitbesteden aan dienstverleners die verblijven of gevestigd zijn in op grond van afdeling 2 van hoofdstuk III geïdentificeerde derde landen, tenzij aan alle volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de meldingsplichtige entiteit besteedt taken uitsluitend uit aan een dienstverlener die deel uitmaakt van dezelfde groep;

b)

de groep past AML/CFT-gedragslijnen en -procedures, maatregelen inzake cliëntenonderzoek en regels voor het bewaren van gegevens toe die volledig in overeenstemming zijn met deze verordening of met gelijkwaardige regels in derde landen;

c)

de effectieve uitvoering van de in punt b) van dit lid bedoelde vereisten staat op groepsniveau onder toezicht van de toezichthoudende autoriteit van de lidstaat van herkomst overeenkomstig hoofdstuk IV van Richtlijn (EU) 2024/1640.

7.   In afwijking van lid 3 kan een instelling voor collectieve belegging die geen rechtspersoonlijkheid heeft of slechts een raad van bestuur heeft en de verwerking van inschrijvingen en de verzameling van geldmiddelen zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 25, van Richtlijn (EU) 2015/2366 van beleggers aan een andere entiteit heeft gedelegeerd, de in lid 3, punten c), d) en e), van dit artikel bedoelde taak uitbesteden aan een van haar dienstverleners.

De in de eerste alinea van dit lid bedoelde uitbesteding mag pas plaatsvinden nadat de instelling voor collectieve belegging op grond van lid 1 aan de toezichthouder kennis heeft gegeven van haar voornemen om de taak uit te besteden en de toezichthouder die uitbesteding heeft goedgekeurd, rekening houdend met:

a)

de middelen, ervaring en kennis van de dienstverlener op het gebied van het voorkomen van witwassen en terrorismefinanciering;

b)

de kennis van de dienstverlener van het soort activiteiten of transacties dat door de instelling voor collectieve belegging wordt uitgevoerd.

8.   Uiterlijk op 10 juli 2027 vaardigt de AMLA richtsnoeren voor de meldingsplichtige entiteiten uit over:

a)

het aangaan van uitbestedingsrelaties, met inbegrip van alle eventuele volgende uitbestedingsrelaties, overeenkomstig dit artikel en de desbetreffende governance en procedures om de uitvoering van functies door de dienstverlener te monitoren, met name in verband met functies die als kritiek moeten worden beschouwd;

b)

de rollen en verantwoordelijkheden van de meldingsplichtige entiteit en de dienstverlener in het kader van een uitbestedingsovereenkomst;

c)

de aanpak van het toezicht op uitbesteding en de verwachtingen inzake toezicht met betrekking tot de uitbesteding van kritieke functies.

Scroll naar boven