Artikel 17 – Bijkantoren en dochterondernemingen in derde landen

1.   Indien bijkantoren of dochterondernemingen van meldingsplichtige entiteiten gevestigd zijn in derde landen waar de minimale AML/CFT-vereisten minder streng zijn dan die welke in deze verordening zijn vastgesteld, zorgt de moederonderneming ervoor dat die bijkantoren of dochterondernemingen voldoen aan de vereisten van deze verordening, onder meer inzake gegevensbescherming, of aan gelijkwaardige vereisten.

2.   Wanneer het volgens het recht van een derde land niet is toegestaan aan deze verordening te voldoen, neemt de moederonderneming aanvullende maatregelen om ervoor te zorgen dat hun in dat derde land gevestigde bijkantoren en dochterondernemingen het risico van witwassen of terrorismefinanciering doeltreffend aanpakken, en stelt zij de toezichthouders van haar lidstaat van herkomst in kennis van die aanvullende maatregelen. Wanneer de toezichthouders van de lidstaat van herkomst van oordeel zijn dat de aanvullende maatregelen ontoereikend zijn, nemen zij extra toezichtmaatregelen, waarbij zij onder meer van de groep vereisen geen zakelijke relatie aan te gaan, bestaande relaties te beëindigen of geen transacties te verrichten, of haar bedrijfsactiviteiten in het derde land te beëindigen.

3.   Uiterlijk op 10 juli 2026 stelt de AMLA ontwerpen van technische reguleringsnormen op en legt zij deze ter goedkeuring voor aan de Commissie. In die ontwerpen van technische reguleringsnormen wordt het soort aanvullende maatregelen als bedoeld in lid 2 van dit artikel gespecificeerd, met inbegrip van de minimummaatregelen die meldingsplichtige entiteiten moeten nemen wanneer het volgens het recht van een derde land niet is toegestaan de krachtens artikel 16 vereiste maatregelen uit te voeren, en de extra toezichtmaatregelen die in dergelijke gevallen vereist zijn.

4.   Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze verordening aan te vullen door de in lid 3 van dit artikel bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 49 tot en met 52 van Verordening (EU) 2024/1620.

Scroll naar boven